Meer nummers van Benjamin Biolay
Beschrijving
Componist, producer, strijkarrangeur, tekstschrijver: Benjamin Biolay
Producent: Pierre Jaconelli
Mengingenieur: Pierrick Devin
Mastering-ingenieur: Alex Gopher
Meesteringenieur: Romain Dupont
Songtekst en vertaling
Origineel
Les pétales de la marguerite dessinés sur le gazon du parc blondi par l'été qui passa bien trop vite et laissa décharnés les souvenirs du mois d'août, les amours de juillet.
Le ciel qui prenait feu ne veut plus s'allumer et la flamme dans vos yeux risque de s'étouffer.
Le soleil sur la nationale s'est levé, il sort de la rivière tout nu et tout mouillé.
Les bancs publics en quête de notoriété, de pèlerins, de voyageurs, de naufragés, mendiants qui supplient et passants qui maudissent.
On a trop séparé le bon grain de l'ivraie.
Souvenir du temps béni où l'humanité vaquait sans colonie, sans veule autorité.
Souvenir d'un temps qui, je sais, n'a pas existé. Nous étions tout contents, tout nus et tout mouillés.
Il n'y a plus guère de marguerites à effeuiller.
Il n'y a plus de gazon que de la boue séchée.
Quelle est cette saison que je ne peux nommer? Des gens meurent pour de bon, à même le pavé.
Mais le bon Dieu, dans sa misère inordinée, nous a permis d'avoir des corps à réchauffer. Le soleil sur la nationale s'est levé.
Restons dans ce grand lit tout nus et tout mouillés.
Nederlandse vertaling
De bloemblaadjes van het madeliefje dat op het gras van het park werd getekend, werden blond door de zomer, die veel te snel voorbijging en de herinneringen aan de maand augustus en de liefdes van juli vervlogen.
De hemel die in brand stond, wil niet meer oplichten en de vlam in je ogen dreigt te stikken.
De zon is opgekomen op de hoofdweg, hij komt naakt en nat uit de rivier.
Publieke banken op zoek naar bekendheid, pelgrims, reizigers, schipbreukelingen, bedelaars die bedelen en voorbijgangers die vloeken.
We hebben het kaf te veel van het koren gescheiden.
Herinnering aan de gezegende tijd waarin de mensheid rondliep zonder kolonie, zonder ruggengraatloos gezag.
Herinnering aan een tijd die, ik weet het, niet bestond. We waren allemaal blij, allemaal naakt en helemaal nat.
Er zijn nauwelijks madeliefjes meer om te plukken.
Van gras is niets meer over dan opgedroogde modder.
Wat is dit seizoen dat ik niet kan benoemen? Mensen sterven echt, precies op de stoep.
Maar de goede Heer stond in zijn eindeloze ellende toe dat we lichamen hadden om op te warmen. De zon op de rijksweg is opgekomen.
Laten we in dit grote bed blijven, naakt en nat.