Meer nummers van Olly
Meer nummers van Juli
Beschrijving
Bijbehorende artiest: Olly, Juli
Bijbehorende artiest: Olly
Associated Uitvoerder, Producent: Juli
Tekstschrijver, componist: Federico Olivieri
Componist: Julien Boverod
Mastering-ingenieur, mengingenieur: Marco Vialardi
Songtekst en vertaling
Origineel
Ti chiedo scusa, quando ho paura blatero cose e alzo la voce.
Sfogati pure, dammi uno schiaffo, spaccami il naso e baciami in fronte.
E hai ragione, so che non è razionale, faccio ancora un po' fatica.
Dopo tutto sono certo sia normale, avendo sempre fatto finta.
Che non conta con chi dormi, se ti giri e chiudi gli occhi, se alla fine tanto sogni, sogni.
Che non conta con chi parli, se nel mentre scarabocchi, se alla fine non ascolti, ascolti.
Che non conta con chi scopi, se le luci sono spente, se alla fine tanto godi e poi c'è il vuoto come sempre.
Ma forse a volte sbaglio. Ma chi l'ha detto?
Ma chi l'ha detto?
Oh, ma chi l'ha detto che la gente come noi non ha mai niente da rimpiangere?
Noi che impariamo meno dai telegiornali che dai muri nelle strade.
Perché conta con chi piangi, con chi dormi e con chi parli, se sai già che sarà sveglio fino a tardi ad aspettarti.
So che non puoi sopportarmi, ma noi non siamo come gli altri.
Eeeh, dimmelo in faccia, dimmelo chiaro, dimmelo e basta o dillo alla luna.
Oh, ma quante parole! Falla finita che mi fai fare brutta figura.
E hai ragione, non ha senso litigare, sto provando ad imparare, faccio ancora un po' fatica.
Dopo tutto sono certo sia normale, un po' mi devo abituare a condividere la vita.
Ma chi l'ha detto che la gente come noi non ha mai niente da rimpiangere? Qualche cosa da rimpiangere ce l'ho.
Noi che impariamo meno dai telegiornali che dai muri nelle strade.
Perché conta con chi piangi, con chi dormi e con chi parli, se sai già che sarà sveglio fino a tardi ad aspettarti.
So che non puoi sopportarmi, ma noi non siamo come gli altri.
Ti chiedo scusa, lì nei tuoi occhi ci sono tutti i miei scarabocchi.
Nederlandse vertaling
Het spijt me, als ik bang ben, brabbel ik dingen en verhef ik mijn stem.
Ga je gang, geef me een klap, breek mijn neus en kus me op mijn voorhoofd.
En je hebt gelijk, ik weet dat het niet rationeel is, ik worstel er nog steeds een beetje mee.
Ik weet tenslotte zeker dat het normaal is dat ik altijd heb gedaan alsof.
Het maakt niet uit met wie je slaapt, als je je omdraait en je ogen sluit, als je uiteindelijk droomt, droom dan.
Dat het niet uitmaakt met wie je praat, als je ondertussen krabbelt, als je uiteindelijk niet luistert, luister je.
Het maakt niet uit met wie je neukt, als de lichten uit zijn, als je er uiteindelijk zo van geniet en dan is er leegte zoals altijd.
Maar misschien heb ik het soms mis. Maar wie zei het?
Maar wie zei het?
Oh, maar wie zei dat mensen zoals wij nooit iets te betreuren hebben?
Wij die minder leren van het nieuws dan van de muren in de straten.
Omdat het uitmaakt tegen wie je huilt, met wie je slaapt en met wie je praat, als je al weet dat ze laat op je zullen wachten.
Ik weet dat je me niet kunt uitstaan, maar we zijn niet zoals de anderen.
Eeeh, vertel het me in mijn gezicht, vertel het me eerlijk, vertel het me gewoon of vertel het aan de maan.
O, maar hoeveel woorden! Hou op, je laat me er slecht uitzien.
En je hebt gelijk, ruzie maken heeft geen zin, ik probeer te leren, ik heb er nog steeds een beetje moeite mee.
Ik weet tenslotte zeker dat het normaal is, ik moet eraan wennen het leven een beetje te delen.
Maar wie zei dat mensen zoals wij nooit iets te betreuren hebben? Ik heb iets om spijt van te hebben.
Wij die minder leren van het nieuws dan van de muren in de straten.
Omdat het uitmaakt tegen wie je huilt, met wie je slaapt en met wie je praat, als je al weet dat ze laat op je zullen wachten.
Ik weet dat je me niet kunt uitstaan, maar we zijn niet zoals de anderen.
Het spijt me, in jouw ogen zitten al mijn krabbels.