Meer nummers van Sarah Janneh
Beschrijving
Zang: Sarah Janneh
Componist Tekstschrijver: Sarah Janneh
Tekstschrijver: Sarah Janneh
Componist: Sarah Janneh
Componist Tekstschrijver: Jan van Eerd
Songschrijver: Jan van Eerd
Componist: Jan van Eerd
Producent: Jan van Eerd
Coproducent: NITE
Componist Tekstschrijver: Simme Wouters
Songschrijver: Simme Wouters
Componist: Simme Wouters
Songtekst en vertaling
Origineel
Er komt een dag, dan lig ik smeltend op de grond.
Hersendood en al gedeeltelijk ontbonden.
Ik word gevonden door een buurman die lucht kreeg van mijn sterven door een steeds grotere stapel aan nietszeggende post.
Voornamelijk belasting, elektra en pensioen. Een paar pogingen om mij te abonneren.
Pas toen het trappenhuis zich vulde met de geur van mijn bederven, drong het tot hem door dat ik daar lag te composteren.
De buurman wist aanvankelijk niet goed wat hij moest doen.
Besloot mijn dood zo lang als mogelijk te negeren.
Hij heeft uiteindelijk een week of twee de dagen lopen tellen alvorens de politie bij mij aan te laten bellen.
In totaal heb ik drie maanden daar gelegen.
Niemand die me kwijt was, niemand die me miste.
Op het einde was mijn leven onvoltooid verleden tijd.
Toen die op was, was ik eenzaam.
Ik lag vergeten en verspreid op het tapijt te wachten op de dag dat ik gevonden word.
Ik zal mijn eigen dood gelukkig niet beleven.
Dat wrede lot blijft mij bespaard.
Dus of het wel of niet zo gaat?
Dat wat moeilijk te voorspellen, maar de gedachte die volstaat.
Het me voor te kunnen stellen. Zolang ik niet ben overleden, zal ik angstig voortbestaan.
Ik zal mijn heden overleven en mijn toekomst ondergaan.
Stel ik ben al op de helft, dan heb ik nog dertig jaar. Slechts een deel daarvan omringd door nabestaanden.
Laat ons zeggen honderdtachtig goede maanden.
Maar het overige deel, dat zijn zevenhonderd weken.
Zeven zoveel dagen en evenzoveel nachten die ik zal slijten in paniek die ik onrustig af zal wachten.
Nog maar één miljard seconden tot de dag waarop ik word gevonden.
Dus ik zal eten met mijn vrienden. Ik zal slapen met geliefden.
Ik zal dansen met toeristen. Ik zal drinken met de rest.
Maar welk feest ik ook bezoek, in welke hoes ik ook berust.
Altijd ergens onderbewust als een steentje in mijn schoen, als een achtergrond orkest. Steeds hetzelfde visioen.
Het stille halve weten dat een kleine kans bestaat dat mijn vrienden mij vergeten.
Dat de liefde mij verlaat.
Mijn leven is nog bezig en tegelijkertijd voorbij.
Geen oneindigheid, zo kort als één die eindigt op de dag dat ik gevonden word.
Tot op de dag waarop ik weet dat jij zal blijven.
Waarop ik niet meer bang zal zijn voor dagen die nog volgen. Voor dingen die nog komen.
Omdat ik weet dat jij er bent.
En of het wel of niet zo gaat?
Dat wat moeilijk te voorspellen, maar de gedachte die volstaat. Het me voor te kunnen stellen.
Als alles waar is waar je zelf in gelooft, zal ik mijn hart niet meer bewaken met mijn hoofd.
Op het onbepaald moment waarop de dingen blijven duren, zal ik wachten.
Alle uren op de dag dat ik gevonden word.