Songtekst en vertaling
Origineel
Non le vedo le voci che senti, le voci e il vento che hai dentro.
Nessuno che in fondo ci sente, ma i fiumi ogni tanto ci ascoltano.
Ci sono i tamburi dell'alba, sì, siamo i confini dell'onda, sia il sole che spesso ci esalta e noi stanchi che non fa!
E sono nessuno, sei tu.
Non lo vedi l'annuncio che manca?
Sì, siamo gli squali e le manta e siamo l'oceano di sotto, dei fiumi che ti scivolano addosso.
Come pelle messa d'assalto, poi siamo la freccia nel buio.
Fra radici, la terra e la luna, siamo quello che in noi ci consuma.
Fra nandi e stormi hai il déjà vu. Delicato come un gatto, forte come un leone.
Perché ti confondi?
Se io non sono nessuno, ti conosci?
E se questa più volte è lo specchio, c'è quello che vede un riflesso oppure qualcuno che hai dentro, oppure sei tu il suo riflesso.
Tu vieni dal piano di sotto, ti sento e risolto, siamo e veniamo dalle menti, niente per sempre. Fra nandi e stormi hai il déjà vu.
Delicato come un gatto, forte come un leone.
Perché ti confondi?
Se io non sono nessuno. . .
Nederlandse vertaling
Ik zie de stemmen niet die je hoort, de stemmen en de wind in je.
Niemand kan ons horen, maar de rivieren luisteren zo nu en dan naar ons.
Er zijn de trommels van de dageraad, ja, wij zijn de randen van de golf, zowel de zon die ons vaak verheft als wij zijn moe die dat niet doen!
En ik ben niemand, jij bent het.
Kunt u de ontbrekende advertentie niet zien?
Ja, wij zijn de haaien en de mantaroggen en wij zijn de oceaan beneden, de rivieren die over je heen glijden.
Als een huid die wordt aangevallen, dan zijn wij de pijl in het donker.
Tussen de wortels, de aarde en de maan zijn wij wat ons in ons verteert.
Tussen nandi en kuddes heb je een déjà vu. Delicaat als een kat, sterk als een leeuw.
Waarom ben je in de war?
Als ik niemand ben, ken jij jezelf dan?
En als dit vaak de spiegel is, is er degene die een weerspiegeling ziet of iemand in jou, of jij bent zijn spiegelbeeld.
Je komt van beneden, ik hoor je en besluit, we zijn en komen uit de geest, niets voor altijd. Tussen nandi en kuddes heb je een déjà vu.
Delicaat als een kat, sterk als een leeuw.
Waarom ben je in de war?
Als ik niemand ben. . .