Meer nummers van Joseph
Beschrijving
Zanger: Jozef
Producent: Kiev
Tekstschrijver: GIuseppe Salvatore Marra
Componist: Vincenzo Centrella
Songtekst en vertaling
Origineel
Come mi batte il cuore, quando ti sento entrare.
Ti sei nascosta tra le mie cianfrusaglie, è quasi inverno e fuori non ci vuoi stare. Perché vuoi sapere proprio come mi sento?
È una domanda da un milione ed io non so se sono pronto.
Non serve sgomitare né agitarsi, qui c'è sempre posto per entrambi.
So che non sai aspettare, però giorno, dopo giorno, dopo giorno, smetterò di dirti vattene.
Ora che ci conosciamo un po' meglio, prometti che non cercherai nessun altro oltre me. Vuoi restare un'altra notte qua a fianco al mio letto?
Io ti parlo e non esisti nemmeno.
Pensavo che pure dentro una metropoli di solitudine, cercherai di entrare nelle case di chiunque, ma ora che ci conosciamo un po' meglio, farò in modo tu rimanga con me. Perché il rumore è forte di giorno e notte, quante ore ho perso di sonno?
Da quando ci sei non tengo il conto delle risposte che ti devo.
Sto provando a rigare dritto, a ridare un ritmo al respiro, essere sicuro che ho capito quando sarò solamente io.
Ora che ci conosciamo un po' meglio, prometti che non cercherai nessun altro oltre me.
Vuoi restare un'altra notte qua a fianco al mio letto? Io ti parlo e non esisti nemmeno.
Pensavo che pure dentro una metropoli di solitudine, cercherai di entrare nelle case di chiunque, ma ora che ci conosciamo un po' meglio, farò in modo tu rimanga con me.
Nel silenzio ho capito chi sei, posso contare ancora su di te.
E se un giorno all'improvviso non hai casa tua, farò in modo tu rimanga con me.
Ora che ci conosciamo un po' meglio, prometti che non cercherai nessun altro oltre me. Vuoi restare un'altra notte qua a fianco al mio letto?
Io ti parlo e non esisti nemmeno.
Pensavo che pure dentro una metropoli di solitudine, cercherai di entrare nelle case di chiunque, ma ora che ci conosciamo un po' meglio, farò in modo tu rimanga con me.
Nederlandse vertaling
Hoe mijn hart klopt als ik je hoor binnenkomen.
Je hebt je verstopt tussen mijn rommel, het is bijna winter en je wilt niet buiten zijn. Waarom wil je weten hoe ik me voel?
Het zijn een miljoen vragen en ik weet niet of ik er klaar voor ben.
Er is geen noodzaak tot gedrang of gedoe, er is hier altijd ruimte voor beide.
Ik weet dat je niet kunt wachten, maar dag, na dag, na dag, zal ik stoppen met je te vertellen dat je weg moet gaan.
Nu we elkaar wat beter kennen, beloof je dat je niemand anders zoekt dan mij. Wil je nog een nachtje hier naast mijn bed blijven?
Ik praat met je en je bestaat niet eens.
Ik dacht dat je zelfs in een metropool van eenzaamheid zou proberen bij iedereen binnen te komen, maar nu we elkaar wat beter kennen, zal ik ervoor zorgen dat je bij mij blijft. Hoeveel uur slaap heb ik verloren omdat het geluid dag en nacht luid is?
Sinds je hier bent, heb ik niet meer bijgehouden welke antwoorden ik je schuldig ben.
Ik probeer rechtdoor te gaan, het ritme in mijn ademhaling te herstellen, om er zeker van te zijn dat ik begrijp wanneer het alleen aan mij zal liggen.
Nu we elkaar wat beter kennen, beloof je dat je niemand anders zoekt dan mij.
Wil je nog een nachtje hier naast mijn bed blijven? Ik praat met je en je bestaat niet eens.
Ik dacht dat je zelfs in een metropool van eenzaamheid zou proberen bij iedereen binnen te komen, maar nu we elkaar wat beter kennen, zal ik ervoor zorgen dat je bij mij blijft.
In de stilte begreep ik wie je bent, ik kan nog steeds op je rekenen.
En als je op een dag ineens geen eigen huis meer hebt, zorg ik ervoor dat je bij mij blijft.
Nu we elkaar wat beter kennen, beloof je dat je niemand anders zoekt dan mij. Wil je nog een nachtje hier naast mijn bed blijven?
Ik praat met je en je bestaat niet eens.
Ik dacht dat je zelfs in een metropool van eenzaamheid zou proberen bij iedereen binnen te komen, maar nu we elkaar wat beter kennen, zal ik ervoor zorgen dat je bij mij blijft.