Meer nummers van Tiromancino
Beschrijving
Zanger: Tiromancino
Componist Tekstschrijver, Producent: Federico Zampaglione
Producent: Simone Guzzino
Tekstschrijver: Nicola Zampella
Songtekst en vertaling
Origineel
Solo l'anima lo sa cosa sto cercando.
È una notte di città e vorrei camminarmi dentro.
Lungotevere è già qui, ma non c'è più tanta gente, perché forse è lunedì e di uscire poi a nessuno frega niente.
Io qui mi sento come un cane vagabondo perso dentro l'universo.
Così i miei pensieri fanno a botte a una speranza scema che non smette.
Ma sì, le notti, mie compagne più bugiarde, danno tregua per dispetto e intanto io cerco un po' d'affetto, lo cerco dentro un vicolo o in un letto, magari quando meno me lo aspetto ritrovo pure me.
Due ragazzi in un portone che mi guardano lontano: lui l'abbraccia e lei sorride, poi svaniscono tenendosi per mano.
Io qui mi sento come un cane vagabondo perso dentro l'universo.
Così i miei pensieri fanno a botte a una speranza scema che non smette.
Ma sì, le notti, mie compagne più bugiarde, danno tregua per dispetto e intanto io cerco un po' d'affetto, lo cerco dentro un vicolo o in un letto, magari quando meno me lo aspetto. . .
Io qui mi sento come un cane vagabondo perso dentro l'universo.
Così i miei pensieri fanno a botte a una valigia piena di promesse.
Ma sì, le notti, mie compagne più bugiarde, danno tregua per dispetto e intanto io cerco un po' d'affetto, lo cerco dentro un sogno maledetto, magari quando meno me lo aspetto ritorni pure tu.
Nederlandse vertaling
Alleen de ziel weet wat ik zoek.
Het is een stadsnacht en ik zou er graag in willen wandelen.
Lungotevere is er al, maar er zijn niet veel mensen meer, want misschien is het maandag en maakt het niemand uit om daarna uit te gaan.
Hier voel ik me als een rondzwervende hond die verdwaald is in het universum.
Dus mijn gedachten vechten met een stomme hoop die niet stopt.
Maar ja, de nachten, mijn meest liegende metgezellen, geven uit wrok rust en ondertussen zoek ik naar een beetje genegenheid, ik zoek het in een steegje of in een bed, misschien vind ik het ook als ik het het minst verwacht.
Twee jongens in een deuropening kijken me van een afstandje aan: hij omhelst haar en zij lacht, en dan verdwijnen ze hand in hand.
Hier voel ik me als een rondzwervende hond die verdwaald is in het universum.
Dus mijn gedachten vechten met een stomme hoop die niet stopt.
Maar ja, de nachten, mijn meest liegende metgezellen, geven uit wrok rust en ondertussen zoek ik naar een beetje genegenheid, ik zoek het in een steegje of in een bed, misschien wanneer ik het het minst verwacht. . .
Hier voel ik me als een rondzwervende hond die verdwaald is in het universum.
Dus worstelen mijn gedachten met een koffer vol beloften.
Maar ja, de nachten, mijn meest liegende metgezellen, geven uit wrok rust en in de tussentijd zoek ik naar een beetje genegenheid, ik zoek het in een vervloekte droom, misschien kom jij ook terug als ik het het minst verwacht.