Beschrijving
Gitaar, geassocieerde uitvoerder: Miossec
Toetsen, piano: Nicolas Méheust
Gitaar: Stéphane Fromentin
Componist, tekstschrijver: Christophe Miossec
Opnametechnicus: Damien Tillaut
Mengingenieur: Etienne Caylou
Masteringingenieur: Adrien Pallot
Assistent Mastering Engineer: Didier Perrin
Mastering Engineer: Marie Pieprzownik
Songtekst en vertaling
Origineel
Je vous téléphone encore, ivre mort au matin, car aujourd'hui, c'est la
Saint-Valentin.
Et je me remémore notre nuit très bien, comme un crabe déjà mort, tu t'ouvrais entre mes mains.
Ceci est mon vœu, ceci est ma prière, je te la fais les deux genoux à terre.
Non, non, non, non, non. Non, non, non, non, non, je ne suis plus saoul. Un peu bouc, c'est rien.
Moi, je crois en toi, c'est tout.
Allô, oui, c'est moi encore. Écoute-moi bien.
Moi, la nuit, quand je m'endors, je t'imagine très bien, perdue sous d'autres corps, me réclamant en vain, bouffé par les remords de la
Saint-Valentin.
Ceci est mon vœu, ceci est ma prière, je te la fais les deux genoux à terre. Non, non, non, non, non.
Non, non, non, non, non, je ne suis plus saoul. Un peu bouc, c'est rien.
Moi, je crois en toi, c'est tout.
Ne raccroche pas encore, écoute-moi bien.
Moi, je voudrais qu'une fois encore, tu me prennes pour quelqu'un et que tes yeux brillent si fort comme moi quand je suis plein, bouffé par les remords de la Saint-Valentin. Non, non, non, non, non.
Non, non, non, non, non, je ne suis plus saoul.
Un peu bouc, c'est rien. Moi, je veux de toi, c'est tout.
Non, non, non, non.
Non, non, non. Non, non, non. Non, non, non.
Non, non, non.
Nederlandse vertaling
Ik bel je morgenochtend nog een keer, stomdronken, want vandaag is het zover
Valentijnsdag.
En ik herinner me onze nacht heel goed, als een reeds dode krab, die je in mijn handen opende.
Dit is mijn wens, dit is mijn gebed, ik kom bij je met beide knieën op de grond.
Nee, nee, nee, nee, nee. Nee, nee, nee, nee, nee, ik ben niet meer dronken. Een klein sikje, het is niets.
Ik geloof in je, dat is alles.
Hallo, ja, ik ben het weer. Luister goed naar mij.
Ik, 's nachts, als ik in slaap val, stel ik me heel goed voor dat je verdwaald bent onder andere lichamen, tevergeefs om mij roept, verteerd door het berouw van
Valentijnsdag.
Dit is mijn wens, dit is mijn gebed, ik kom bij je met beide knieën op de grond. Nee, nee, nee, nee, nee.
Nee, nee, nee, nee, nee, ik ben niet meer dronken. Een klein sikje, het is niets.
Ik geloof in je, dat is alles.
Hang nog niet op, luister goed naar mij.
Wat mij betreft, ik zou dat nog een keer willen: je houdt me voor iemand aan en je ogen stralen net zo helder als ik als ik vol zit, opgegeten door de wroeging van Valentijnsdag. Nee, nee, nee, nee, nee.
Nee, nee, nee, nee, nee, ik ben niet meer dronken.
Een klein sikje, het is niets. Ik wil jou, dat is alles.
Nee, nee, nee, nee.
Nee, nee, nee. Nee, nee, nee. Nee, nee, nee.
Nee, nee, nee.